De doodsstrijd van KEI

Het einde van KEIEind maart is bij de Tweede Kamer wetsontwerp 35175 aanhangig gemaakt met de mooie naam ‘Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering tot intrekking van de verplichting om elektronisch te procederen bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland en tot verruiming van de mogelijkheden van de mondelinge behandeling in het civiele procesrecht’. Het is het roemloze einde van een project dat 7 jaar eerder begon met een overleg tussen rechterlijke macht en – toen nog – het Ministerie van Justitie & Veiligheid.

 

Alhoewel, einde? Er is één gerecht dat ermee door blijft gaan; de Hoge Raad. Die instantie heeft zijn eigen systeem dat geen problemen oplevert, althans daar hoor je niemand over. Handhaven van de status quo in cassatie heeft heel goede kanten: geen stress meer op deurwaarderskantoren waar bijna altijd op de laatste dag aangeleverde cassatiedagvaardingen moesten worden betekend.

 

Met klem om beëindiging gevraagd

In de toelichting staat dat in verband met de spoed is afgezien van internetconsultatie, maar die was ook niet nodig gezien alle vooroverleg met alle stakeholders. Dat overleg begon in september, toen was nog sprake van behoud van een flink deel van de KEI wetgeving. De vorm waarin Justitie & Veiligheid die voor ogen had, kon in het veld absoluut niet op genade rekenen. De pilot gerechten Gelderland en Midden-Nederland vroegen met klem om beëindiging van de pilot. Ze kost handenvol geld en er doet zich intussen een bijzonder fenomeen voor. Partijen verklaren een ander gerecht bevoegd om niet onder KEI te hoeven procederen. Budgettair doet dat dus dubbel pijn.

 

Geen nieuwe KEI-zaken

Het voorstel dat nu bij de kamer ligt, is een fraai stuk werk qua overgangsrecht.

Het komt er kort gezegd op neer dat KEI op datum X wordt afgekapt in die zin dat geen nieuwe zaken meer digitaal mogen worden opgestart. Ik zeg opgestart omdat het woord aangebracht niet de juiste term is. In artikel I lid 2 van het wetsvoorstel is immers sprake van indiening onder 112 Rv (lees: aanhangig maken) of betekenen onder 113 Rv (lees: niet aanhangig maken, dat gebeurt pas bij upload onder 125 Rv KEI). Er is een bijzondere regeling getroffen voor de betekeningsverordening waarbij indiening onder artikel 115 lid 1 KEI pas veel later hoeft te geschieden dan art. 113 lid 3 KEI eist (5 werkdagen) en het exploot niet wordt betekend maar verzonden ter betekening.

 

Vanaf datum X mogen dus geen nieuwe KEI-zaken meer worden opgestart. Lopende zaken kunnen onder KEI blijven lopen, maar mogen ook met instemming van beide partijen worden omgezet naar het recht zoals de rest van Nederland dat kent (art. I lid 3 ontwerp), dus afscheid van KEI procesrecht en op papier. Het Ministerie van Justitie & Veiligheid gebruikt dit ontwerp wel om een deel van de KEI wetgeving toch in te voeren (artikel II) en dan met name die bepalingen die op de comparitie zien: de art. 30k-30m KEI en het afschaffen van art. 134 Rv dat het recht op pleidooi regelt. Daarmee is de sterkere regiefunctie van de rechter de grootste vernieuwing van het procesrecht dat KEI overleeft. De MvT wordt warm aanbevolen. De bepalingen gaan overigens gelden voor alle nieuwe zaken bij alle gerechten, uiteraard niet bij de Hoge Raad.

 

Aantal soorten procesrecht neemt toe

Het gevolg van het aannemen van deze wet is dat het aantal soorten procesrecht korte tijd toeneemt.

1. Bij de pilotgerechten lopen zaken uit onder KEI-procesrecht voor zover partijen geen beroep doen op art. 1 lid 3.

2. Bij de niet pilotgerechten gaan aanhangige zaken door onder huidig procesrecht.

3. Bij alle gerechten (met uitzondering van de Hoge Raad) gaat het nieuwe procesrecht gelden zoals art. II dat formuleert, dus de nieuwe art. 87 Rv en verder).

4. Bij de Hoge Raad blijft KEI-procesrecht gelden met inachtneming van art. III van het ontwerp dat uitsluitend op de Hoge Raad ziet.

 

Bijzondere aandacht verdient het rechtsmiddel verzet: vanaf het moment dat de wet in werking treedt zal dat altijd op papier (dus met een dagvaarding) moeten, ongeacht of de oorspronkelijke onder KEI gevoerd was. Dit is opgenomen op aandringen van de KBvG om te voorkomen dat na vele jaren nog onder KEI verzet ingesteld zou moeten worden. Onder verzet is naar mijn mening ook te vangen derden verzet en rekwest civiel.

 

Met deze reset van KEI zijn we voorlopig weer terug bij af. Er is een nieuw basisplan digitalisering waarin (1) de digitale toegankelijkheid wordt losgekoppeld van de grote inhoudelijke vernieuwingen in het burgerlijk procesrecht en (2) digitaal procederen in eerste instantie op vrijwillige basis is.

Naar overzicht
Delen:
FacebookTwitterLinkedInEmail
Neem contact op

xHeeft u een vraag?