Fouten maken is menselijk

Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt. Dat menselijke is iedereen die in het juridisch bedrijf werkt ook niet vreemd. Het herstel van fouten is in het burgerlijk procesrecht op een aantal plaatsen geregeld, zoals de artikelen 31/32 en 66, 121 en 125 Rv. Zien de eerste twee artikelen op fouten van de rechter, de art. 66 en 121 Rv zien op fouten van de deurwaarder of procespartijen.

 

Nietigheden

Een fout in een dagvaarding is zo gemaakt. Niet elke fout is een nietigheid en niet elke nietigheid heeft dezelfde gevolgen. De huidige lijn van de Hoge Raad is duidelijk: nietigheden moeten geen doel op zich zijn, maar ze moeten een doel dienen. In de afgelopen 35 jaar is een lijn ontstaan die veel lucht heeft gegeven aan de praktijk die alsmaar drukker en drukker wordt. In 1980 verklaarde het toenmalige hof Arnhem in een niet gepubliceerde uitspraak een appeldagvaarding nietig omdat daarin geen procureur was gesteld. Een dergelijke benadering zou nu tot grote verbazing leiden. Een mooi bewijs daarvan is dat in het, nota bene door de rechtspraak zelf ontwikkelde model voor de 113 Rv exploten onder KEI niet meer voorkomt.

 

Herstellen

De eerste tekenen waren er in de jaren 70 toen de Hoge Raad een herstel gelastte toen een niet bij het Hof Den Bosch toegelaten procureur was gesteld. De deur ging pas echt open bij het vermaarde arrest van der Kroft/Lont[1] dat in 2002 is gecodificeerd tot art. 125 lid 4, tegenwoordig lid 5. Er is in de loop der tijd een lawine aan rectificatiejurisprudentie ontstaan, zowel over (onbedoelde) fouten als beweerdelijk opzettelijke misslagen. Dat laatste speelde in HR 17 december 2007, NJ 2008, 32. De HR stelde toen in een geval van een bewust niet tijdig  ingediende dagvaarding dat dit (het mogelijk bewust handelen) niet relevant was. Het ‘vergeten’ aan te brengen komt veel voor maar moet wel zorgvuldig gebeuren. Schuiven met een roldatum is immers taboe: de leer van het arrest NN/Grapendaal van 15 december 2000 wordt strikt gehandhaafd zoals recent nog in een KG bij de rechtbank Limburg van 22 november 2016[2].  

Een mooi overzicht artikel van rectificatiejurisprudentie verscheen in TCR 2011 nummer 4.

 

Benadeling in verdediging

Als de gedaagde zich op een nietigheid in de dagvaarding beroept, zal deze nietigheid slechts worden uitgesproken als de gedaagde door het gebrek onredelijk in zijn belangen is geschaad. Daarvan is volgens de Hoge Raad sprake als de gedaagde wordt bemoeilijkt in het voeren van verweer (Staalbouw Vianen/Machinefabriek Breda[3]). Hier werd een appeldagvaarding aan de verkeerde procureur betekend, in dit geval nota bene de eigen procureur. Het verzuim werd (uiteraard want anders was het arrest nooit gewezen) ontdekt na het verstrijken van de appeltermijn. De HR accepteerde dat dit hersteld werd maar uiteraard wel voor de eerste roldatum zoals art. 120 Rv dat voorschrijft.

Let wel: de geïntimeerde verkeerde dus enige tijd in de veronderstelling dat geen appel was ingesteld maar het Hof tilde daar niet zwaar aan en de HR nam dat over:Van ‘benadeling in zijn verdediging’ in de zin van art. 94 Rv. is immers slechts sprake indien het gebrek in de dagvaarding van dien aard is dat de gedagvaarde dientengevolge wordt bemoeilijkt in het verweer dat hij in het geding wil voeren (HR 28 april 1916, NJ 1916, 734), terwijl het enkele feit dat een geïntimeerde niet reeds binnen, maar eerst kort na de appeltermijn heeft vernomen dat de oorspronkelijke gedaagde tegen het vonnis in eerste aanleg in hoger beroep komt, hem in de regel bij het voeren van verweer tegen de aan te voeren grieven niet bemoeilijkt en te dezen geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld of gebleken die ertoe nopen hier anders te oordelen.

 

Rectificatie begon als een incident, het is een Sequoia geworden als we alle uitspraken bezien. Een flink deel zal onder KEI zijn betekenis verliezen omdat dan van aanbrengen van een dagvaarding geen sprake meer is.

 


[1]HR 17 december 1982, NK 1984,59

[2] http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2016:10037

[3](HR 29 april 1994, NJ 1995/269.  

Delen:
FacebookTwitterLinkedInEmail
Neem contact op

xHeeft u een vraag?