Moet een werkgever informatie geven als een deurwaarder dat vraagt?

organisatie zwijgt tegen deurwaarderEen deurwaarder die beslag wil leggen op het inkomen van een debiteur wil weten of dat zinvol is. Daarvoor kan hij bij de werkgever informeren en de werkgever moet daar verplicht op antwoorden (art 475g lid 3 Rv). De laatste jaren zijn er steeds meer (digitale) mogelijkheden om informatie te verkrijgen. Toch vervangt dat niet altijd de informatie van de werkgever. Zijn informatie is nog steeds van belang voor een goede afweging. Mag een werkgever aan de deurwaarder vragen om het vonnis om te bewijzen dat hij gerechtigd is om beslag te leggen? De Utrechtse kantonrechter heeft daarover recent uitspraak gedaan.

 

De deurwaarder moet rekening houden met de privacy van de debiteur, ook bij de executie van een vonnis. Bij het leggen van beslag moet hij op grond van een wettelijk voorschrift wel een aantal persoonsgegevens delen met de werkgever. Daarbij laat hij ook een kopie van de titel achter. Voor de derde kan dat een onaangename verrassing zijn. De politie bijvoorbeeld ziet loonbeslagen als een integriteitsrisico en uit perspublicaties blijkt dat zij daar zelfs reden in zien om een dienstverband te beëindigen.

 

Hoe komt de gerechtsdeurwaarder bij de derde uit?

Tot 2010 kon de deurwaarder geen register inzien en was het vaker een fikse zoektocht naar de werkgever. Een hele branche van informatiebureaus leefde ervan. Met de komst van de inzage bij het UWV werd het een stuk eenvoudiger. Tegenwoordig kan de deurwaarder de gegevens inzien als er een dienstverband is.

Maar alleen weten wie de werkgever of uitkeringsinstantie is, is niet voldoende. Om te beoordelen of het beslag zinvol is wil de deurwaarder weten wat onder het beslag gaat vallen en of er al andere beslagleggers zijn. Dat laatste kan de deurwaarder sinds 1 januari 2016 ook in het digitaal beslagregister zien. Als men de eerste beslaglegger is ontbreekt de historie en is men op de derde aangewezen. De deurwaarder zal de derde inlichtingen vragen: de wet bepaalt in art. 475G lid 3 Rv dat de derde verplicht is op vragen van deze aard antwoord te geven.

In de kwestie waarover uitspraak werd gedaan wilde de derde niet meewerken:

2.3. De Volksbank wilde alleen informatie verstrekken als zij voorafgaand aan de hand van de eerste en laatste pagina van het vonnis zou kunnen verifiëren of tegen [A] inderdaad een veroordelend vonnis is uitgesproken”

De deurwaarder weigerde dit en correspondentie volgde, maar de Volksbank volhardde in haar standpunt waarna de deurwaarder beslag legde.

Het beslag trof geen doel, omdat het inkomen ruimschoots beneden de beslagvrije voet lag waarop de deurwaarder de Volksbank in rechte betrok: zij voldeed niet aan een wettelijke verplichting en veroorzaakte daardoor nodeloze kosten.

 

De kantonrechter was zeer duidelijk in zijn oordeel:

“3.4. Met Hoist Finance (eiseres, red.) is de kantonrechter van oordeel dat uit niets blijkt dat de wetgever aan de derde de bevoegdheid heeft willen geven om te controleren of de deurwaarder bevoegd is tot het doen van het verzoek als bedoeld in artikel 475g lid 3 Rv. Dat zou ook niet stroken met de eenvoud en doelmatigheid waarmee dit instrument moet kunnen worden gehanteerd. Vanzelfsprekend mag de derde om nadere toelichting vragen, maar dat betekent nog niet dat zij geen informatie hoeft te verstrekken als zij die toelichting niet verkrijgt. De formulering “Een ieder is verplicht hierop desgevraagd schriftelijk te antwoorden.” wijst op een onvoorwaardelijke verplichting. Deze verplichting richt zich bovendien niet alleen tot relatief grote organisaties als financiële instellingen, maar tot iedereen, onder meer werkgevers en alimentatieplichtigen. In de regel zal niet van derden kunnen worden verwacht dat zij nagaan of de deurwaarder “gerechtigd” is tot het leggen van beslag. Het ligt ook geenszins voor de hand dat deze een (gedeeltelijk) afschrift van het vonnis verkrijgen.

3.5. Daar komt bij dat alleen een deurwaarder bevoegd is tot het doen van een verzoek als bedoeld in artikel 475g lid 3 Rv. De deurwaarder zal zelf moeten beoordelen of hem of haar een bevoegdheid toekomt. Daarbij is van belang dat de deurwaarder openbaar ambtenaar is (artikel 2 van de Gerechtsdeurwaarderswet) en is onderworpen aan tuchtrecht”.

 

Vervolgens overweegt de kantonrechter nog op een verweer van de Volksbank dat de AVG geen bovenwettelijke bepalingen inhoudt die art. 475G Rv doorkruisen. Verstrekking van een kopie van de titel zou zelfs tegen de AVG ingaan, omdat het immers om verwerking van persoonsgegevens gaat.

“3.12. Verder is van belang dat, zoals Hoist Finance terecht aanvoert, een verstrekking van een (gedeeltelijk) afschrift van de executoriale titel verwerking van persoonsgegevens door de deurwaarder behelst. Die verwerking moet op haar beurt ook aan de in de AVG gestelde eisen voldoen. Gelet op het in artikel 5 lid 1 onder c AVG geformuleerde beginsel van minimale gegevensverwerking ligt het juist voor de hand dat de deurwaarder niet een (gedeeltelijk) afschrift verstrekt. Daaraan doet niet af dat de deurwaarder het (gedeeltelijk) afschrift kan anonimiseren. Dat is juist, maar dit strookt niet met de bedoeling van de wetgever om een eenvoudig en doelmatig instrument te creëren (zie hiervoor 3.3).”

 

Conclusie was een veroordeling van de Volksbank in de kosten van het vergeefse beslag en uiteraard de proceskosten. De houding van de Volksbank is nu niet bepaald uniek, het komt sinds de invoering van 475G Rv regelmatig voor. Procedures zullen er wellicht eerder zijn geweest, maar ze hebben voor zover ons bekend nooit rechtspraak.nl gehaald. 

De kantonrechter heeft hiermee bevestigd dat de werkgever geen reden heeft om te twijfelen aan de bevoegdheid van de deurwaarder als deze bij hem informeert naar het dienstverband.

 

Naar overzicht
Delen:
FacebookTwitterLinkedInEmail
Neem contact op

xHeeft u een vraag?