Gedwongen akkoord in een dwangakkoord?

Dwangakkoord

De rechtbank Noord-Holland heeft op 24 augustus jl. een uitspraak gedaan in een zogenaamd dwangakkoord. Dit is slechts één van de vele voorbeelden waarbij iemand met schulden bij de rechter probeert af te dwingen dat de schuldeiser alsnog akkoord gaat met een betalingsvoorstel. Het lijkt wel alsof er steeds meer debiteuren de weg van het dwangakkoord bewandelen.

 

De consequentie voor de schuldeiser is soms hard, de rechter kan je dwingen akkoord te gaan met betaling van slechts een klein percentage van de vordering. De rest wordt kwijtgescholden. Een dwangakkoord wordt echter niet altijd toegewezen. De rechter kijkt onder andere naar de belangen van partijen, of de schuldeiser redelijkerwijs het aanbod kon afwijzen, het aandeel van de schuld in de hele schuldenlast en of het aanbod het uiterst haalbare is. Van belang is dus dat je als schuldeiser bij de zitting bent en je belangen naar voren kan brengen.

 

Pilotenopleiding

In dit geval van de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland had ABN AMRO de pilotenopleiding gefinancierd voor Piet (fictief). Na de afronding van de opleiding heeft Piet echter geen werk kunnen vinden en hij heeft zijn brevet en medische keuring laten verlopen. Piet is gaan werken als financieel analist, maar van het lagere salaris kan hij de rente en aflossing van de lening bij ABN AMRO niet meer betalen. Hij doet ABN AMRO een voorstel om 10,93 procent van de totale schuld van 143.200 euro terug te betalen over een periode van vijf jaar. Let wel, dan gaat het om betaling van een deel in ruil voor ‘finale kwijting’, de kwijtschelding van de rest van de schuld. ABN AMRO gaat niet akkoord en de piloot stapt naar de rechter om alsnog het akkoord af te dwingen, de naam zegt het al; een dwangakkoord. 

 

Schuldenregeling of wettelijke schuldsanering

Mocht het minnelijke niet traject slagen, het regelen van de schulden buiten de rechter om, dan kan Piet een beroep doen op de wettelijke schuldsanering. De regels hiervan zijn aanzienlijk strenger dan een schuldenregeling. Vaak wordt aangenomen dat Piet, bij een wettelijke schuldsanering, nog minder kan betalen dan bij een schuldenregeling.

 

Belangenafweging

De rechter kijkt naar de belangen van beide partijen en probeert hierin een afweging te maken. Enerzijds naar het belang van ABN AMRO die in beginsel de terugbetaling van 100 procent van de schuld zou mogen verlangen van Piet. Anderzijds naar Piet die onder bepaalde omstandigheden een beroep mag doen op het regelen van zijn schulden, in eerste instantie buiten de rechter om.

 

De rechter kijkt of het redelijk is, gezien alle omstandigheden van het geval, dat ABN AMRO zich vasthoudt aan de volledige of hogere terugbetaling van de schuld. Is dit onredelijk, dan zal de rechter een reden hebben om het dwangakkoord toe te wijzen. ABN AMRO moet in dat geval akkoord gaan met uitbetaling van, in dit geval, 10,93 procent van de schuld.

 

Daarnaast kijkt de rechter naar het aandeel van deze schuldeiser in de hele schuldenlast van de schuldenaar. In het geval van Piet had ABN AMRO een schuld die zo’n 95 procent van de hele schuldenlast vormt, een aanzienlijk deel.

 

Feiten en omstandigheden

De rechter kijkt ook of partijen hebben onderhandeld en op welke manier zij hebben geprobeerd om, zonder de rechter, tot overeenstemming te komen. En of het aanbod van de schuldenaar het uiterst haalbare is.

 

In het geval van Piet had ABN AMRO een voorstel gedaan om een betalingsregeling te treffen voor een jaar en daarna te kijken of Piet meer zou kunnen aflossen. Piet is nog jong en de redelijke verwachting is dat hij meer zal gaan verdienen. Piet is niet bereid gebleken om een regeling te sluiten met ABN AMRO die jaarlijks zou worden herzien. Piet heeft voorgesteld om een bedrag van 10,93 procent van de schuld te betalen tegen finale kwijting zodat hij in vijf jaar helemaal van de schuld vanaf zou zijn.

 

Belangrijk detail hierbij is dat piloten gemiddeld 12 jaar doen over de terugbetaling van de lening voor de opleiding. Piet wil niet meegaan in het voorstel van ABN AMRO. Hij is in dat geval jarenlang bezig met afbetaling en dit vind hij onredelijk en niet haalbaar.

 

De rechter vindt dat  Piet door zijn houding de deur heeft gesloten voor verdere onderhandelingen met ABN AMRO. Van Piet mag ook worden gevergd dat hij langer dan vijf jaar bezig is met terugbetalen. Deze feiten en omstandigheden zorgen ervoor dat ABN AMRO in redelijkheid het voorstel van 10,92 procent had mogen weigeren. Het verzoek voor dwangakkoord wordt afgewezen.

 

Een dwangakkoord, wat nu?

Krijg je als schuldeiser te maken met een dwangakkoord? Zorg er dan voor dat je bij de zitting aanwezig bent. Het dwangakkoord wordt namelijk niet altijd toegekend en je hebt zeker de mogelijkheid om je zegje te doen. De rechter kijkt naar het geheel en weegt de belangen tussen partijen af.

 

Deze blog is geschreven door Bente Jacobs, jurist bij Janssen & Janssen.

Naar overzicht
Delen:
FacebookTwitterLinkedInEmail
Neem contact op

xHeeft u een vraag?