In gesprek met de Nationale ombudsman over laaggeletterdheid en schulden

Image placeholder
  • 12-09-2017
  • Leestijd: 2 minuten

Vrijdag 8 september ging Janssen & Janssen samen met Stichting ABC en Stichting Lezen en Schrijven in gesprek met de Nationale ombudsman over laaggeletterdheid en financiële problemen.

Het gesprek met de Nationale ombudsman Reinier van Zutphen was onderdeel van zijn bezoek aan Noord-Brabant. Tijdens zijn bezoek aan Brabant heeft de Nationale ombudsman speciale aandacht voor laaggeletterdheid. Van 4 tot en met 10 september was de Week van de Alfabetisering. Het onderwerp speelt in de dagelijkse praktijk van de ombudsman een grote rol. Zo gaat de overheid bij de ontwikkeling van beleid te vaak uit van zelfredzaamheid van mensen, terwijl niet iedereen daarin mee kan. Denk bijvoorbeeld aan de twee miljoen laaggeletterden die niet mee kunnen met de digitalisering van de overheid. Zij ervaren drempels en worden zo uitgesloten van overheidsvoorzieningen. De ombudsman blijft er bij de overheid op aandringen geen mensen buiten te boot te laten vallen. Tijdens zijn bezoek aan Brabant bezoekt hij twee mooie initiatieven in dit kader waaronder Stichting ABC in Eindhoven.

Nog steeds laaggeletterden kinderen van school

Aanwezig tijdens het gesprek zijn Esther de Poorter van Bibliotheek Eindhoven/Taalhuis, Will van Dijk en Pieter de Graaf van Stichting ABC, Ad Sebregts van Stichting Lezen en Schrijven, Saskia van de Schoot van Janssen & Janssen en vijf taalambassadeurs.

Janssen & Janssen lijkt misschien een vreemde eend in de bijt, maar er is een relatie tussen laaggeletterdheid, armoede en schulden. Laaggeletterden hebben soms een slechtere positie op de arbeidsmarkt en beschikken vaker niet over de kennis en vaardigheden die nodig zijn voor veelgevraagde en goedbetaalde banen. Ze zijn werkzaam in beroepen met een lagere status. Ze zijn vaker lager opgeleid en vormen dus een kwetsbare groep.

De taalambassadeurs zijn allemaal laaggeletterd en hebben moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Zij delen hun ervaringen over hoe het was om communicatie niet te begrijpen. Hoe het was om op latere leeftijd weer naar school te moeten om te leren lezen en schrijven. En hoe ze nog steeds moeite hebben met veel teksten die bedrijven en overheden gebruiken. Het verdriet en de onmacht omdat hun kinderen ook laaggeletterd zijn. Dat het lastig is om een goede baan te vinden. De cirkel blijft hierdoor in stand. Er komen nu nog steeds kinderen van school die niet kunnen lezen en schrijven. De Nationale ombudsman kan – nee moet – voor bewustwording zorgen. “Het is belangrijk dat instanties goed luisteren en kijken hoe iemand reageert. Snappen ze echt wat er wordt gezegd? Hoe pakken ze een brief aan? Of horen ze één van de volgende smoezen: Ik kan niet zo goed met computers overweg, dat formulier vul ik thuis wel in of ik ben mijn bril vergeten. Het zijn allemaal signalen. Leer deze signalen herkennen en ga het gesprek aan. Verwijs iemand door en help het probleem op te lossen”, aldus één van de taalambassadeurs.

‘Er wordt verwacht dat iedereen met een computer kan omgaan’

Wanneer Van Zutphen aan de taalambassadeurs vraagt welke instantie de moeilijkste brieven schrijft, is het antwoord unaniem: de Belastingdienst. Maar ook de communicatie van de Nationale ombudsman scoort geen hoge ogen. De taalambassadeurs hebben van te voren de website bekeken en geven hun ongezouten mening. ‘Het menu is onduidelijk’, ‘ik snap niet hoe ik moet doorklikken’ en: ‘gebruik gewone mensentaal, want dat snapt iedereen’, maar ook: ‘hartstikke duidelijk’. Tijdens deze feedback wordt nog maar eens duidelijk hoe lastig het werken met computers voor laaggeletterden is. Terwijl steeds meer communicatie digitaal gaat. “Er wordt verwacht dat iedereen met de computer en internet om kan gaan. Maar dat is niet zo”, aldus één van de taalambassadeurs. De Nationale ombudsman geeft bedrijven en overheden het dringend advies om meer dan één communicatiekanaal te kiezen zodat mensen een keuze hebben. “En zorg dan ook dat de communicatie zowel in schrift als in woord in begrijpelijke taal is.”

Niet alleen laaggeletterden hebben moeite met de digitalisering. Uit onderzoek van Janssen & Janssen onder generatie Z blijkt dat ook zij niet allemaal even computervaardig zijn. De DigiD is ook voor jongeren een probleem.

Burgerperspectief

Rode draad tijdens het gesprek is de zelfredzaamheid van burgers. Vanuit burgerperspectief moet worden meegedacht in een oplossing. Dat blijkt hard nodig voor veel mensen. Wat kunnen de partijen die aan tafel zitten hieraan doen? Wat kunnen de taalambassadeurs doen?

Het idee van een taalambassadeur om hen mee te nemen naar een gesprek en met bedrijven en overheden in contact te brengen, krijgt direct bijval van de rest.

Ook de Nationale ombudsman vindt dat een erg goed idee en in een vervolgafspraak wordt bekeken hoe dit vorm te geven.

Niet alleen de Nationale ombudsman gaat met huiswerk naar huis. Ook de taalambassadeurs worden aan het werk gezet. Wat zijn de ‘ergste’ bedrijven van Nederland? Welke bedrijven communiceren zo moeilijk dat ze uitgenodigd moeten worden?

Van Zutphen: “Ik realiseer me vandaag meer dan eens dat laaggeletterdheid vanuit het geheel bekeken moet worden. En juist vanuit burgerperspectief. Hoe zijn organisaties en overheden er voor deze doelgroep?”

Aandacht vragen voor laaggeletterdheid en het probleem op de agenda zetten, is gelukt. Het begin is gemaakt. Samen zorgen we voor een geletterd én schuldenvrij Nederland.