Het nul-aanbod in de minnelijke schuldenregeling

CVW groepen 114
  • 23-04-2026
  • Leestijd: 2 minuten

Het nul-aanbod in de minnelijke schuldenregeling: wat betekent dit voor woningcorporaties?

Sinds 1 juli 2024 is het nul‑aanbod binnen de minnelijke schuldhulpverlening niet langer een uitzondering, maar een structureel toegepaste mogelijkheid. Schuldhulpverleners kunnen sindsdien, wanneer blijkt dat een schuldenaar geen afloscapaciteit heeft, een voorstel doen waarbij schuldeisers volledig afstand doen van hun vordering zonder enige aflossing. Inmiddels raakt dit ook woningcorporaties steeds vaker. Wat houdt deze ontwikkeling precies in, hoe staat het juridisch en wat betekent dit voor de praktijk?

Van minimaal aanbod naar nul‑aanbod

Tot medio 2024 gold binnen de minnelijke schuldenregeling als uitgangspunt dat schuldeisers altijd een (zij het symbolisch) bedrag ontvingen, veelal gebaseerd op 5% van de toepasselijke bijstandsnorm. De NVVK heeft dit uitgangspunt losgelaten door volledig aan te sluiten bij de berekening van het Vrij te laten bedrag (Vtlb). Als het inkomen van de schuldenaar lager is dan dit bedrag, resteert er geen afloscapaciteit en kan een nul‑aanbod tegen finale kwijting worden gedaan. 

Volgens eerste cijfers betreft dit inmiddels ongeveer een derde van alle minnelijke schuldregelingen. Daarmee is het nul‑aanbod geen incident meer, maar een wezenlijk onderdeel van het huidige schuldhulpverleningsstelsel.  

Juridisch kader: toegestaan, maar niet vanzelfsprekend

De wet sluit een nul‑aanbod niet uit. Binnen het kader van artikel 287a Faillissementswet (het dwangakkoord) kan een rechter schuldeisers verplichten in te stemmen, ook als het aanbod neerkomt op 0%. Dat betekent echter niet dat elk nul‑aanbod zonder meer standhoudt.

Uit recente rechtspraak blijkt dat rechters kritisch blijven toetsen:

  • bestaat er structureel geen afloscapaciteit?
  • levert de schuldenaar aantoonbaar maximale inspanningen?
  • is er perspectief op inkomensverbetering (bijvoorbeeld door werk of opleiding)?
  • zijn de belangen van schuldeisers niet onevenredig geschaad?

In meerdere zaken is een dwangakkoord bij nul‑aanbod toegewezen, maar er zijn ook duidelijke voorbeelden waarin het is afgewezen, bijvoorbeeld omdat de schuldenaar studeert of uitzicht heeft op arbeid.  

Voor woningcorporaties betekent dit dat een nul‑aanbod juridisch mogelijk is, maar geen automatisme vormt.

Zorgpunten vanuit schuldeisersperspectief

Binnen de schuldeiserswereld groeit het debat over de effecten van het nul‑aanbod. Belangrijke zorgpunten zijn:

  • corporaties zien huurvorderingen volledig verdwijnen, ook bij relatief recente achterstanden;
  • nazorg is niet altijd verplicht, waardoor het risico op terugval aanwezig blijft;
  • grote schuldeisers signaleren dat bij circa 17% van de klanten na een nul‑aanbod opnieuw betalingsproblemen ontstaan binnen korte tijd. 

Deskundigen waarschuwen dat een ruimhartige toepassing het draagvlak onder schuldeisers kan aantasten. Wanneer het gevoel ontstaat dat schulden structureel zonder tegenprestatie verdwijnen, kan dit leiden tot meer weigeringen, meer procedures en uiteindelijk juist tot instroom in de WSNP. 

Politiek en beleid: discussie in volle gang

Ook politiek is het nul‑aanbod onderwerp van debat. In februari 2025 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin de regering wordt opgeroepen te regelen dat schuldhulpverlening na volledige kwijtschelding minimaal 12 maanden in beeld blijft, om hernieuwde problematische schulden te voorkomen. 

Hoewel dit nog geen directe wetswijziging is, laat het zien dat de huidige praktijk niet onomstreden is en mogelijk nog zal veranderen. 

Wat betekent dit concreet?

Het nul‑aanbod vraagt om een zorgvuldige afweging in elk individueel dossier. Enkele aandachtspunten voor de praktijk:

  • Vraag altijd om inzicht in de Vtlb‑berekening en de onderbouwing van het gebrek aan afloscapaciteit.
  • Kijk kritisch naar perspectief en inspanning van de schuldenaar.
  • Weeg bij acceptatie of weigering steeds het risico van een dwangakkoord mee.
  • Blijf het gesprek zoeken met gemeenten en schuldhulpverleners over nazorg en preventie.

Tot slot

Het nul‑aanbod is het directe gevolg van een bredere maatschappelijke discussie over bestaanszekerheid en het minimuminkomen. Voor woningcorporaties betekent dit een spanningsveld tussen sociale verantwoordelijkheid en financieel beheer. Juist daarom is het van belang om niet alleen juridisch te reageren, maar ook strategisch en in samenwerking met ketenpartners.

De komende tijd zal duidelijk worden hoe rechtspraak, beleid en wetgeving zich verder ontwikkelen. Eén ding staat vast: het nul‑aanbod is geen tijdelijke trend, maar een factor waarmee corporaties structureel rekening moeten houden.