De deurwaarder als sociaal werker

Header14
  • 04-11-2019
  • Leestijd: 2 minuten

Voormalig deurwaarder en docent Ethiek Bram Buik aan het woord:

Voormalig gerechtsdeurwaarder Bram Buik was ruim 20 jaar verbonden aan zijn eigen deurwaarderskantoor en is docent Ethiek aan de Hogeschool van Utrecht. In zijn vroegere carrièrejaren als deurwaarder zag hij al wat het effect van het executierecht is en dat dit vaak niet ten goede van de debiteur kwam. “Als deurwaarder wil je incasseren en je mag hier best geld aan verdienen, maar hoe is de verhouding tussen de middelen die je inzet en het geld dat je int?”

Maatschappelijk verantwoord incasseren is altijd een onderdeel van Bram’s werk geweest en als iemand bevlogen over dit onderwerp kan vertellen, is hij het wel. In zijn jongere jaren kreeg Bram vaak te horen dat hij het verkeerde vak had gekozen. Maar eigenlijk was hij zijn tijd ver vooruit. Als redacteur van Executief schreef hij artikelen over de sociaaleconomische kant van het deurwaardersvak. Wat hem niet altijd in dank werd afgenomen. “Ik zag wat een pressiemiddel als beslagleggen met iemand doet. Het is een drukmiddel waarmee je debiteuren verder in de put helpt. Het levert meestal niks op. Daar wilde men toen nog niet aan. Tijden veranderen en gelukkig is er steeds meer aandacht voor de positie van de debiteur”, start Bram.

Eigen schuld, dikke bult

“Maatschappelijk verantwoord incasseren betekent dat je oog hebt voor de situatie van de debiteur. Incasseren is mensenwerk en een deurwaarder heeft een maatschappelijke rol. Ontwikkelingen zoals VISH en het Digitaal beslagregister dragen hieraan bij. Gelukkig wordt er tegelijkertijd ook anders tegen schulden aangekeken. Het ‘eigen schuld, dikke bult’ principe is niet meer. We weten dat er veel meer speelt bij het ontstaan van schulden.”

“De ontwikkelingen van de afgelopen jaren en de crisis van 2008 zorgen ervoor dat er veel veranderd is. Het werd steeds lastiger om vorderingen te incasseren en deurwaarderskantoren werden gedwongen om anders naar hun business te gaan kijken. De inkomstenbronnen begonnen terug te lopen en er werd kritisch gekeken naar de inzet van de deurwaarder. Samenwerkingen met schuldhulpverlenende instanties kwamen op en er werd gekeken hoe we de debiteur echt konden helpen. Een deurwaarder wordt tegenwoordig steeds effectiever ingezet. Hoe kunnen we met minder ambtshandelingen hetzelfde resultaat bereiken? Dat betekent dat de rol van de deurwaarder een andere invulling krijgt. Hij moet het gesprek aangaan met de debiteur en daar de tijd voor nemen. De deurwaarder weet een debiteur ook steeds meer en beter door te sturen richting schuldhulpverlening.”

Het verdienmodel moet op de schop

Bram pleit voor een verandering van het verdienmodel van de deurwaarder. “De kosten die verbonden zijn aan het werk van een deurwaarder komen volledig op het bord van de debiteur terecht. Dat is niet rechtvaardig. Daarnaast worden deurwaarders alleen betaald per ambtshandeling die ze verrichten. Dat stimuleert niet dat ze een andere, duurzame manier voor het oplossen van de schuld weten te vinden. Wanneer je dus niet de focus legt op het uitvoeren van de ambtshandelingen ben je eigenlijk een dief van je eigen portemonnee. Als je een ontruiming weet te voorkomen, krijg je daar immers niet voor betaald. Terwijl we dit allemaal moeten willen. We weten dat schulden voor torenhoge maatschappelijke kosten zorgen. Waarom wil je een debiteur dan nog dieper in de put helpen? Dit moet echt anders. Als deurwaarder heb je bij de behandeling van een dossier ook een klantverhouding met de debiteur. Een goede verstandhouding is veel waard, omdat je dan in gesprek komt. Zie het niet als losse ambtshandelingen die je doet. Start met luisteren en informatie geven en probeer de debiteur echt te helpen.”

Verschillen tussen deurwaarder en sociaal werker zijn niet zo groot

Bram vraagt zich ook hardop af of het instituut van deurwaarders er anders uit moet komen te zien en hoopt dat deze discussie hoger op de agenda komt te staan. “Wie dan de eerste stap moet zetten? Dat moet de beroepsorganisatie, de KBvG, doen. In het jaarverslag van de KBvG van 2018 wordt hier al aandacht aan besteed. Daarin staat dat deurwaarders op een andere manier beloond moeten worden en dat de huidige manier van tarifering anders ingericht moet worden. Daar heb je ook de overheid voor nodig. Daarnaast is er de afgelopen jaren nogal wat veranderd, met eigenlijk de marktwerking als begin van de grootste veranderingen, en de deurwaarder an sich moet je hierin ook meekrijgen. Zij moeten een gedragsverandering ondergaan en bereid zijn om op een andere manier naar hun werk te kijken. Een deurwaarder moet meer een sociaal werker worden.”

Deze uitspraak doet zijn studenten al op de achterste poten staan, laat staan de deurwaarders zelf. “Wanneer ik er met de studenten langer over in gesprek ga en ze het verschil tussen de deurwaarder als ambtenaar en een sociaal werker laat uitwerken, blijkt dat die verschillen veel minder groot zijn. Je wilt beide de persoon in kwestie helpen. Dat doe je niet door koste wat het kost te willen invorderen. Deze awareness is er echter in de branche niet en daar moet hard aan gewerkt worden. Er moet bewustwording komen omtrent de effecten van het werk van de deurwaarder en de gevolgen voor de debiteur hiervan.”

Hij vindt ook dat we kritisch moeten kijken naar de schuldeisers. “Iedere schuldeiser (met uitzondering van de overheid) kent een min of meer gelijke positie. Is dat wel eerlijk? Een organisatie die flitskredieten aanbiedt tegen een torenhoge rente wat ervoor zorgt dat de debiteur nóg verder in de problemen raakt, moet die gelijk worden gesteld aan bijvoorbeeld een woningcorporatie als schuldeiser? Wat mij betreft niet. Als jij als organisatie gemakzuchtig met klanten omgaat en de verleiding groot maakt om schulden te maken, dan moet je daar ook de prijs voor betalen. Het lijkt mij helemaal geen raar idee als hier per schuldeiser een andere behandeling voor komt.”

Als laatste wordt het Zweeds model (één centrale tenuitvoerleggingsautoriteit voor alle tenuitvoerlegging (publiek en privaat), red.) door Bram als voorbeeld genoemd. De deurwaarder is hierin geen ondernemer meer en het competitieve aspect, wat voor onethische (prijs)afspraken zorgt, verdwijnt. “De vraag is of de overheid hiermee ooit akkoord zal gaan.”

‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’

Er moet dus een hoop gebeuren om de markt eerlijker te maken en de schuldenberg aan te pakken. Meer dan eens blijkt maar weer dat samenwerking echt cruciaal is. “Als enerzijds de verleidingen voor consumenten om schulden te maken wordt verkleind en het oplossen van schulden makkelijker wordt (denk aan begrijpbare communicatie, realistische betalingsregelingen, etc.) en anderzijds de werkwijze en manier van belonen van de deurwaarder wordt aangepast, komen we al een stuk dichter bij elkaar. Als daarin dan ook aandacht gaat naar de soort schuldeiser is het cirkeltje rond.” Maar zonder op die eerste stap te wachten, wat kunnen onze lezers vandaag de dag doen om maatschappelijk verantwoord te incasseren? Hoe kunnen zij hun verantwoordelijkheid nemen? “Denk eens wat vaker aan de Gulden Leefregel ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.’ Verplaats je in de debiteur en in zijn situatie. Wat zou je zelf kunnen accepteren als invorderingsmaatregelen, als je in zo’n situatie zou zitten? Ben daarnaast heel kritisch ten aanzien van dwanginvorderingen. Hoe pakt dat voor de debiteur in de praktijk uit? Wetende dat de debiteur onder zoveel stress staat en dat dit hem niet gaat helpen. Breng met collega’s de discussie op gang en praat met elkaar over wat er gebeurt bij mensen met schulden. En denk na over de vraag wat jou nou gelukkig maakt in dit werk.”