Leidt schuldhulpverlening anno nu daadwerkelijk tot minder nieuwe schulden?

woman-1253481 (Pixabay)

Mensen met schulden helpen. Met dit doel is 4 jaar geleden de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening in het leven geroepen. Is schuldhulp nu 4 jaar later effectief gebleken? En helpen deze wetten om te werken aan preventie van nieuwe schulden?

 

Eind juni kwam de Wsnp-monitor over 2015 uit. Hierin kunnen we de stand van zaken rondom de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) aanvragen en de effectiviteit van deze wet terugzien. Op rechtspraak.nl lezen we dat staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Jetta Klijnsma de komende drie jaar 7,5 miljoen euro extra beschikbaar gaat stellen voor schuldhulpverlening. Dit naar aanleiding van de evaluatie van de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (WGS). Volgens Klijnsma is aanpassing van sommige wetten nodig, gaat ze werken aan de professionaliteit en registratie van schuldhulp en wordt onderzocht hoe toegankelijk schuldhulp daadwerkelijk is.

 

Data rondom schulden

Het Nibud, het instituut dat onderzoek doet en voorlichting geeft over geldzaken, geeft in de Schuldpreventiewijzer aan dat steeds meer huishoudens te maken hebben met financiële problemen. Dat horen we natuurlijk ook om ons heen, we zien dit dagelijks in de deurwaardersbranche. Ook lezen we dit in allerlei actuele nieuwsberichten. Deze schuldenproblematiek zorgt ook voor hoge maatschappelijke kosten. Ook daarom is het belangrijk om schulden zo vroeg mogelijk op te sporen en op te lossen. Of zelfs te voorkomen. De Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (NVVK) geeft aan dat mensen met schulden die aankloppen bij de Schuldhulpverlening gemiddeld 14 schuldeisers hebben. Gemiddeld bijna 43.000 euro schuld, dat is een flink bedrag!

Enkele belangrijke kengetallen volgens het Nibud:

• 40 procent van de Nederlandse huishoudens heeft onvoldoende buffer om een flinke onvoorziene uitgave te financieren;

• Ruim een kwart van de huishoudens heeft een schuld of betalingsachterstand;

• 7,5 procent van de huishoudens in Nederland kampt met een problematische schuldsituatie;

• En voor wie denkt dat het alleen werkende of volwassen mensen raakt: Bijna 40 procent van de jongeren op een ROC heeft schulden. Een kwart heeft een schuld van meer dan 400 euro.

Genoeg redenen dus om aan preventie van nieuwe schulden te werken!

 

Evaluaties van 2015

Even een opsomming van de belangrijkste uitkomsten uit de Wsnp-monitor 2015. Het aantal verzoeken voor toelating tot de Wsnp is gedaald ten opzichte van de vorige meting en ligt net onder de 17.000. Sinds 2012 is dit aantal dalend. Het aantal toewijzingen tot de Wsnp is gedaald met 4 procent. Het totale afwijzingspercentage lag maar iets lager dan in het jaar ervoor (14,9 procent tegen 16,8 procent).

De instroom tot de Wsnp is in 2015 gedaald tot 11.700, bijna 600 minder dan een jaar eerder. Dat komt neer op gemiddeld 87 schuldsaneringen per 100.000 inwoners van 18 jaar en ouder. Wie betreft dit? De verhouding tussen particulieren en (ex-) ondernemers bleef ongeveer 4:1. Mannen komen iets vaker in de schuldsanering terecht dan vrouwen. De gemiddelde leeftijd steeg naar ruim 44 jaar. Een terugval in inkomen was de belangrijkste reden voor het ontstaan van schulden. Daarnaast gaf een groot deel van de particulieren aan moeite te hebben met het beheren van geld. Zij stelde dat dit een oorzaak is voor het ontstaan van schulden.

 

In 2015 zijn 13.446 Wsnp zaken beëindigd, bijna evenveel als in 2014. Bij 11.349 zaken is een schone lei verleend. De meeste schuldsaneringstrajecten hebben een looptijd tussen de 3 en 4 jaar.

 

In deze Wsnp meting is ook onderzoek gedaan naar de samenloop van Wsnp-bewind en beschermingsbewind. Hier blijkt gebrek aan uniformiteit over de taakuitvoering van beide betrokken bewindvoerders. Communicatie tijdens het hele traject is van groot belang voor alle betrokkenen.

 

De evaluatie van de WGS laat zien dat al veel is verbeterd. Gemeenten pakken problemen meer integraal aan. Ze bieden steeds meer soorten van schuldhulpverlening en hebben meer aandacht voor het voorkomen en op tijd in beeld krijgen van problematische schulden. Maar er zijn ook nog verbeterpunten. Uit de evaluatie blijkt dat het lastig is om inzicht te krijgen in de toegankelijkheid van de schuldhulpverlening. Volgens de wet moet een gemeente voor iedereen die aanklopt op individueel niveau bepalen welke hulp het beste past.

 

Volgens Joke De Kock, voorzitter van de NVVK, laat de evaluatie van de WGS zien hoe ingewikkeld schuldhulpverlening is. Volgens haar werkt het bestaande stelsel schulden in de hand en houdt het ook schulden in stand. Zeker niet gericht op preventie dus! Doordat mensen niet of te laat worden geholpen, blijven de kosten mogelijk toenemen en worden de problemen alleen maar groter.

 

De ombudsman concludeert in haar rapport Burgerperspectief op Schuldhulpverlening dat er nu een hulpverlener nodig is om schuldhulpverlening te kunnen doorlopen. In dit rapport worden verschillende aandachtspunten benoemd. Opvallend zijn de volgende:

  • Zorg voor persoonlijke aandacht en contact;

  • Stel de hulpvraag;

  • En bied hulp.

 

Preventie van nieuwe schulden

Iedereen heeft er voordeel bij als financiële problemen en dus schulden voorkomen kunnen worden. Zowel de mensen die problemen hebben, als de maatschappij.

Nog steeds zien we elke dag nieuwe gevallen van niet-willers of niet-kunners. Onze klanten waaronder ook grote maatschappijen hebben een enorme extra administratie om schulden aan te melden.

 

In de keten van partijen die kunnen werken aan preventie wordt vaak alleen gekeken naar gemeenten, kredietbanken, maatschappelijk werk instellingen of sociaal raadslieden. Maar weinig mensen denken aan een deurwaarder die in deze keten mee kan denken met de klant-debiteur. Deurwaarders informeren elkaar sinds begin dit jaar in het landelijk beslagregister over schulden bij anderen.

 

Vraagstuk bij preventie is natuurlijk hoe schulden ontstaan. Soms komen mensen in financiële problemen door overmacht, maar vaak ook door gebrek aan (financiële) vaardigheden. In een rapport van Stichting Lezen en Schrijven kan je teruglezen dat er een relatie bestaat tussen laaggeletterdheid en armoede. Wij zien deze relatie ook dagelijks. Op het moment dat je niet begrijpt wat te doen of wat juist niet te doen is het einde zoek. Wij investeren in preventie door goede advisering aan klanten. Maar ook door communicatie naar klant-debiteuren in begrijpelijke taal. Op B1 taalniveau. Ook door onze collega’s te laten werken met de vaardigheden van motiverend incasseren. In plaats van dwingen, kunnen we mensen helpen of aanmoedigen.

 

Niet alle partijen kunnen dezelfde invulling geven aan preventie. Als iedereen zijn eigen rol pakt en mogelijkheden biedt, kunnen we samen de maatschappij een beetje helpen.

Zoals de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in haar reactie op de evaluatie van de WGS aangeeft: “Zolang we de oorzaken van de schuldenproblematiek niet aanpakken, de vaste lasten voor mensen vaak te hoog zijn en de overheid het oplossen van schulden blijft bemoeilijken, worden we het probleem nooit de baas”. De trend naar preventie van nieuwe schulden is ingezet, laten we er met z’n allen aan werken door op z’n minst goed met elkaar te communiceren.

 

Deze blog is geschreven door Saskia van de Schoot, adjunct-directeur bij Janssen & Janssen.

Naar overzicht
Delen:
FacebookTwitterLinkedInEmail
Neem contact op

xHeeft u een vraag?